De samenwerking met de dynamische juffen van de Berenklas en Bizonklas van De Ganzenveer (buitengewoon lager onderwijs) was bijzonder leerzaam, vooral dan om te ontdekken met welke factoren we rekening kunnen houden om de leeractiviteiten en organisatie zo goed mogelijk af te stemmen op de leerlingen.
Als rode draad werden de leerlingen 'reporters' die tijdens de vijf halve dagen actief ervaarden hoe bepaalde alledaagse zaken vroeger gebeurden, om dit dan in de klas te contrasteren met diezelfde ervaring vandaag. Het begon dicht bij hun leefwereld - de klas van toen t.o.v. de klas vandaag - om dan uit te deinen naar thema's als 'vrije tijd', 'huishouden, 'inkopen doen in de winkel' en 'werken'.
De leeractiviteiten hadden meerdere lagen en werden gebruikt om kennis uit de klas in de praktijk toe te passen. Zo kropen de leerlingen in de huid van een kruidenier die, net zoals vroeger, het boodschappenlijstje van de klant netjes samenstelde door de nodige producten uit bulkverpakking af te wegen tot de gewenste hoeveelheid, in een authentieke setting en met verschillende types weegschalen uit de gepaste periode. In essentie was het een complexere oefening op schatten, wegen, afmeten, eenheden omzetten en rekening houden met de karakteristieken van de producten om ze in een passend medium te verpakken, maar dan in een erfgoedcontext.
In een andere activiteit werd de was gedaan op de oude manier, met zeep, wasbord en wat spierkracht. Deze ontdekking van wat vlekken nu juist zijn en welke soorten vlekken je kan hebben (en hoe ze te behandelen) werd een spetterende activiteit. In de basis was het in feite een laagdrempelige mix van eenvoudige chemie, proefondervindelijk werken en resultaten documenteren voor onderzoek.
Verder ging Erfgoedcel Brugge met de leerlingen aan de slag met de nieuwe ambachtenkoffer. Er werd een oefening gedaan die sterk werkt op het analytisch vermogen van de leerlingen. Via een flowchart konden ze ontdekken op basis van hun eigen 'eigenschappen' welke ambacht bij hen passen. Er werd er stilgestaan bij tradities rond maaltijden en eten. Verschillende volksspelen kregen een 'reviewscore' die statistisch verwerkt werd en als slot werd (samen met de snoepmaker) een eigen klassnoep gemaakt en verpakt in eigen ontworpen en gevouwen snoepdoosjes.
Verloop
Rode draad:
Doorheen de 5 verschillende dagen gaan de kinderen aan de slag als reporter. Ze maken een avatar aan en gaan als een soort detectives terug in de tijd op zoek naar hoe het er in het verleden aan toe ging. Daarvoor moeten ze verschillende levels doorlopen. Ze rapporteren door een fotoverslag op het einde van de week.
Dag 1: Kennismaking met het museum en naar de klas
Intro:
- Favoriete stuk van de museumwerker
- Maken van afspraken en regels door de placemat methode
Level 1: waarom bewaren we?
- Wat bewaren wij zelf (leerlingen brengen een voorwerp mee), wat bewaren we in het museum?
- Fotozoektocht door het museum
Level 2: reporter in de oude klas
- observatieoefening met schilderij (oud klaslokaal)
- hedendaagse voorwerp: variant zoeken in het klaslokaal
- evolutie van het schrift
- ganzenschrift uitproberen
- hoe zal de school van de toekomst er uitzien
Slot:
- wat zal er in de toekomst nog thuishoren in het museum
- verslag van de dag maken
Dag 2: ravotten en wassen
Intro: voorwerp van de dag
Level 3: volksspelen (met een scoreblad om nadien een klasgrafiek van te maken)
Level 4: was en plas (STEM activiteit met vlekken: zie extra tabblad)
Slot: geluidencollage met was attributen
Dag 3: aan tafel
Intro: voorwerp van de dag
Level 5: naar de kruidenierswinkel
- waarnemingsoefening: wat koop je bij de kruidenier?
- meten en wegen bij de kruidenier met maten en gewichten
- betalen met oude franken of de kerfstok
Level 6: aan tafel
- Je wil graag aardappelen eten, hoe ga je aan de slag?
- Wat eten mensen als ontbijt of als dagmenu?
- Luisterfragment beluisteren en eigen toneel maken over hoe het vroeger in.
- Vullen van chocoladevormen met gips
Slot: verslag van de dag
Dag 4: aan het werk
Intro: voorwerp van de dag
Level 7: ambachten
- ambachten in het museum zoeken
- identiteitskaart maken
- alaambak (educatief pakket) uitproberen van tangen
Slot: droomschoen maken
Dag 5: feest
- Intro: voorwerp van de dag
- Level 8: spekkenbakker
Eigen smaak en kleur ontwerpen door te proeven van verschillende kleurstoffen
Observatie van de spekkenbakker
- Level 9: verpakking
Eigen verpakking ontwerpen door een stappenplan.
Uithangsborden bestuderen
Slot: Quiz van de week en klasverslag maken
Een kind kan de was doen.
Verloop van de activiteit:
Iedereen maakt wel eens vlekken op zijn kleren. Meestal bij het eten, maar vaak ook als je speelt. Vandaag hebben we moderne wasmiddelen en een wasmachine om die vlekken uit onze kleren te wassen, maar hoe deed men dit vroeger? Maar wat zijn vlekken nu eigenlijk? En was is wassen nu juist? Laten we het één en ander beproeven, en het uitwassen van vlekken meteen ook eens op de oude manier proberen.
In deze activiteit maken leerlingen eerst verschillende soorten vlekken op ongekleurde en geverfde lapjes katoen met eiwit, olie/boter en gras. Er bestaan immers drie soorten vlekken: kleurstof, vetten en eiwitten. En elk type vlek vereist een andere aanpak om ze uit te wassen. Grasvlekken zijn bijvoorbeeld kleurstofvlekken. Een bloedvlek bestaat vooral uit eiwitten. De meeste vlekken zijn echter een combinatie van de drie, zoals chocolade: vet, eiwit en kleurstof.
Daarna begint het testen op de lapjes. De leerlingen beschikken over wasteiltjes met een schropbord en warm / koud water. Er is een brede waaier aan allerhande wasproducten. De leerlingen testen proefondervindelijk enkele producten uit. Ze noteren op een werkblad welk soort vlek ze behandelen, op welk soort ondergrond en met welk product. De vlek wordt gewassen en opgehangen om te drogen. Nadien wordt bekeken welke producten wel / niet werkten. Zo komen de leerlingen tot een geschikte oplossing voor vlekken met ei, gras of olie.
Doelen
Essentie:
De kinderen kunnen verwoorden wat een museum is en waarom een museum dingen bewaart.
De kinderen verwoorden waarom we zelf dingen bewaren en wat het belang van erfgoed is.
De kinderen ervaren hoe het leven in de klas vroeger georganiseerd werd en wat de verschillen zijn met vandaag. De kinderen denken na over hoe de klas er in de toekomst zal uitzien.
De kinderen zien in dat er heel wat gelijkenissen zijn in het leven vroeger zoals in spel. De leerlingen zien in dat er heel wat verschillen zijn in het leven vroeger zoals in het leven zonder elektriciteit, wassen.
De kinderen ervaren hoe technische uitvindingen het leven vergemakkelijken.
De kinderen kunnen een grafiek opstellen met hun favoriete spel.
De kinderen kunnen via een STEM activiteit met variabelen achterhalen op welke manier het meest efficiënt gewassen kan worden.
De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen benoemen in het winkelen, het eten, het koken en de tafelmanieren vroeger en vandaag.
De leerlingen kunnen producten schatten en meten.
De leerlingen kunnen zich inleven in het leven van vroeger (koken van aardappelen, aan tafel gaan).
De leerlingen gebruiken hun zintuigen en werken samen om een eigen snoep te ontwerpen. De leerlingen ontdekken de waarde van snoep in het verleden.
De leerlingen rapporteren over hun opgedane kennis in de vorm van een quiz.