De naam van de school, de Startbaan, was meteen een veelbelovende match voor de samenwerking met een luchtvaartmuseum. Maar tijdens de eerste kennismakingen werd nog een link ontdekt; een deeltje van het museum is gewijd aan de straaljagerpiloot Martial Vansteenkiste. Hij maakte begin jaren ‘70 deel uit van het demonstratieteam van de Belgische Luchtmacht, “de Rode Duivels” en blijkt een oud-leerling te zijn van de school te zijn.
De erfgoedklas introduceerde de leerlingen stapsgewijs in de boeiende wereld van de luchtvaart, van vroeger tot nu. Van 'wat is vliegen nu eigenlijk' tot de geschiedenis van het vliegveld in Wevelgem. Er werd gretig gerekend om aan de hand van een aantal parameters van verschillende vliegtuigtypes (snelheid, brandstofverbruik, aantal passagiers, kostprijs per uur, etc) het meest geschikte toestel voor een specifiek traject te achterhalen.
De leerlingen onderzochten met welke materialen vliegtuigen gemaakt worden en hoe ze bestuurd worden (inclusief bezoek aan vliegtuig in hangar). Met een 'landingsoefening' werd kennis gemaakt met principes in optica via de PAPI-lichten die gebruikt worden om vliegtuigen te begeleiden bij het landen. Met kaarten, gradenbogen en passers werden navigatieroutes geplot en posities bepaald zoals dat vroeger gebeurde. Met een ganzenbordspel worden voorrangsregels in de lucht aangeleerd en ingeoefend als luchtverkeersleider. De leerlingen leerden windzakken lezen en windrichtingen bepalen met observatie en kompas.
Vliegtuigen werden via radar in de lucht gevolgd tot ze vlakbij geland waren en hun vluchtroutes waren aanleiding voor een oefening aardrijkskunde. Ook maakten de leerlingen kennis met de werking van de diensten op een luchthaven, van politie, brandweer en douane tot controletoren, onderhoud, brandstof en begeleiding. Met een laatste creatieve communicatie-oefening werd gewerkt rond het coderen en seinen van boodschappen (Nato-Fonetisch alfabet en Morsecode).
En dit allemaal om doorheen de Erfgoedklas stapsgewijs een bepaalde VIP tot op zijn bestemming te krijgen.
Verloop
Rode draad: Wout Van Aert moet van Wevelgem gaan trainen naar …. (rarara, dat moeten de leerlingen achterhalen deze dag). Jullie moeten doorheen de komende dagen Wout begeleiden (eventueel met een checklist die moet worden afgevinkt).
Dag 1: kennismaking
Vandaag op het programma: Wout wil heel graag weten wat deze bunker is, wat dit museum is en waarom er een vliegveld in Wevelgem is. Is dit vliegveld er altijd al geweest? En hoe lang kunnen mensen eigenlijk al vliegen?
Essentie: Kennismaking met de collectie, de bunker en waarom we dingen bewaren. De geschiedenis van vliegen en het vliegtuig onderzoeken.
Inleiding:
- Grey of the day (een foto die op voorhand wordt meegegeven)
- afspraken met de placemat methode
- interview met de gids
Midden:
- Escape game
- Hoe lang kunnen we al vliegen en met wat? (filmpje, plaatsen in chronologische volgorde, filosofisch gesprek over wat vliegen is).
Slot:
Gesprek: wat bewaren we hier, waarom bewaren we dingen.
Dag 2: Vliegen en opstijgen
Wout is nog steeds niet vertrokken naar Londen. Maar, hoe raakt ze daar zo snel mogelijk? Welk vliegtuig nemen we, of nemen we de helikopter? En wat heb je zeker nodig aan het vliegtuig om te kunnen opstijgen.
Essentie: Waarom kies je ervoor om te vliegen, hoe kan iets opstijgen en vliegen, wat heb je nodig om te kunnen vliegen.
Intro: grey of the day
Midden:
- De vorm en materialen van een vliegtuig: berekingsoefening met de snelheid van verschillende voertuigen, chronologisch plaatsen van verschillende toestellen volgens hun vorm, materialen in het vliegtuig bekijken
- Vleugels: werkblad lift en sturen in de lucht
- detailfoto's van motoren en vleugels in het museum zoeken en bekijken.
Slot: geluidencollage
Dag 3: aan boord
Wout weet nu met welk vliegtuig ze zal vertrekken. Maar je kan natuurlijk niet zomaar op een vliegtuig stappen. En hoe ziet een vliegtuig er langs de binnenkant uit? Kan hij ook zomaar alles meenemen op een vliegtuig, waarom wel of niet?
Inleiding: grey of the day
Midden:
- terminal bezoeken en bekijken met een boarding pass, interview met de douane
- zelf ontwerpen van een binnenkant van een vliegtuig door eerst verschillende afbeeldingen te bekijken
- berekeningsoefening over startgewicht aan boord
- STEM activiteit: een vliegtuig 1 meter laten vliegen
Slot: voorstellen van hun eigen ontworpen binnenkant van vliegtuig
Dag 4: it take's a team to fly
Wout zit klaar in het vliegtuig en we weten hoe we moeten opstijgen. Maar nu moeten er toch nog een heleboel dingen gebeuren vooraleer het vliegtuig kan opstijgen.
Inleiding: grey of the day
Midden:
- Welke personen horen thuis op het vliegveld (memory)
- De windrichting
- actie-reactiespel om te kunnen opstijgen
Slot: bewegingsmachine rond 'opstijgen'
Dag 5: veilig neerkomen
Wout is onderweg naar Spanje. Hoe weet hij zeker dat er geen andere vliegtuigen tegen zijn vliegtuig zullen botsen? En hoe moet hij nu terug op de grond raken?
Essentie: Onderzoeken hoe je veilig kan vliegen en veilig kan landen
Inleiding: grey of the day
Midden:
- Zoektocht in het museum naar het juiste voorwerp (hoe weten we de weg, hoe weten we de hoogte)
- Ganzenbordspel rond contact met de toren, niet botsen, onderlinge afstand
- Opdracht met papi lichten
- Speciale landingen: watervliegtuig...
- Met de app de verschillende vliegtuigen boven België bekijken
Slot: filmpje maken
Leerplandoelen GO
WERELDORIËNTATIE:
Mens en maatschappij
3.1.2.1 Een taak binnen de groep op een verantwoordelijke wijze oppakken.
3.1.2.7 In concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
Natuur
3.2.6.8 Met behulp van meetinstrumenten de windrichting bepalen (ook tussenwindstreken).
3.2.6.27 Aan de hand van een al dan niet zelf gevonden eigenschappen (bijv. sterkte, hardheid, brandbaarheid, weerbestendigheid, veerkracht, gewicht, absorptievermogen, drijfvermogen, stroomgeleiding, warmtegeleiding, oplosbaarheid, mengbaarheid) veel voorkomende grondstoffen en materialen ordenen.
Techniek
3.3.1.2 Een explorerende en experimentele aanpak tonen om meer te weten te komen over techniek.
3.3.2.3 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen de functie van verschillende onderdelen verwoorden.
3.3.2.6 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen verwoorden uit welke grondstof of materiaal de onderdelen gemaakt zijn.
3.3.2.7 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen Illustreren hoe ze ondermeer gebaseerd zijn op de kennis van natuurlijke verschijnselen.
3.3.2.9 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren hoe ze ondermeer gebaseerd zijn op kennis van een aantal gebruikte technische principes.
3.3.2.17 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren dat ze evolueren en verbeteren.
3.3.3.1 Een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technisch proces te doorlopen.
3.3.3.5 Voor een technisch systeem dat ze willen ontwerpen rekening houden met aangereikte criteria
3.3.3.10 Ideeën voor een ontwerp van een eenvoudig technisch systeem verzamelen via een probleemoplossende denkwijze.
3.3.3.16 Een eenvoudig technisch systeem al dan niet aan de hand van een stappenplan realiseren.
Tijd
3.4.5.18 Eenvoudige geschiedkundige informatie halen uit historische sporen uit de omgeving (gebouwen, straatnamen, kerkhoven, voorwerpen …).
3.4.5.22 Actuele toestanden over de eigen omgeving, die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen vergelijken met toestanden uit het verleden.
3.4.5.26 Actuele toestanden die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen, in hun historische ontwikkeling illustreren. Bijv. onderwijs, mode, techniek, vrije tijdsbesteding …
Ruimte
3.5.3.46 De windstreken aanwijzen met behulp van een kompas.
3.5.6.15 Allerlei kaarten hanteren door gebruik te maken van de legende en de schaal.
3.5.9.45 Onder toezicht zich als fietser zelfstandig, veilig en hoffelijk verplaatsen op een voor hen vertrouwde route door de verkeersregels toe te passen
3.5.9.60 Fietsen met voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie.
WISKUNDE
2.1.27 De volgende begrippen kunnen gebruiken:
- bij de optelling termen en som;
- bij de aftrekking aftrektal, aftrekker en verschil;
- bij de vermenigvuldiging factoren,
vermenigvuldiger, vermenigvuldigtal en product;
- bij de deling deeltal, deler, quotiënt, rest,
opgaande en niet-opgaande deling.
3.1.36 De zakrekenmachine kunnen gebruiken als vlugge rekenaar, om ingewikkelde cijferopgaven in realistische probleemsituaties uit te rekenen.
1.1.34 - 2.1.45 - 3.1.44 De geleerde begrippen, inzichten en procedures met betrekking tot getallen efficiënt kunnen hanteren in betekenisvolle toepassingssituaties zowel binnen als buiten de klas
1.1.35 - 2.1.46 - 3.1.45 Met concrete voorbeelden uit de eigen leefwereld kunnen aangeven welke de rol en het praktisch nut is van wiskunde in de maatschappij.
1.4.01 - 2.4.01 - 3.4.01 Problemen kunnen oplossen met één of meerdere opeenvolgende handelingen, die verwijzen naar de hoofdbewerkingen.
NEDERLANDS
1.1.1.3 Bereid zijn om te luisteren en te spreken en zich in te leven in de boodschap.
1.1.1.7 Bereid zijn om spontaan te spreken.
1.1.1.13 Bereid zijn om op een veilige, doelmatige en verantwoorde manier mondeling te communiceren via media.
1.1.2.25 Zich een voorstelling maken bij langere en complexere instructies.
1.1.2.131 De betekenis van woorden opzoeken in een woordenboek en op internet en de juiste betekenis relateren aan de context.
1.2.3.114 Korte, eenvoudige verhalen en gedichten schrijven.
MUZISCHE VORMING
Beeld
4.1.1.1 Verwoorden welke impressies de waarneming oproept.
4.1.2.1 Een beeldend werk maken door gevoelens, fantasieën, ervaringen en situaties persoonlijk expressief te verwerken, al dan niet gebruik makend van een ontwerp.
4.1.2.28 Zelfstandig of met behulp van anderen het beeldend werk presenteren.
MEDIA
7.1.1 Een positieve houding hebben t.o.v. media en openstaan voor een brede waaier aan communicatiemiddelen en expressievormen.
7.1.5 Durven bij het gebruik van media hun eigen expressiestijl en creatieve uitingen tonen.
7.3.1 Technische vaardigheden ontwikkelen i.f.v. het hanteren van media.
4.2.3.20 Een verhaallijn bedenken en uitvoeren vanuit volgende elementen: wie, wat en waar.
7.3.5 Met behulp van een volwassene ideeën, fantasieën en gevoelens creatief vormgeven door gebruik te maken van (audiovisuele) media.