Dit duo stelde een programma samen met een sterke mix van doen en denken. De leerlingen ontdekten er stapsgewijs uiteraard het beroep van de timmerman, diens gereedschap, het hout dat bewerkt wordt en al het moois dat twee vaardige handen en een scherpe geest kunnen verwezenlijken. Er werd geëxperimenteerd met hefbomen, geometrie en tal van meetinstrumenten (wat is loodrecht, waterpas en haaks?). Er werd een escapegame gespeelt om gereedschappen te leren kennen en wegwijs te worden in de verschillende onderdelen van het museum. Er werd en tussendoor gaan de handen uit de mouwen.
Zo bouwden de leerlingen, ondersteunt door de museumvrijwilligers hun eigen gereedschapstas, geïnspireerd op een model uit de collectie. In een STEM-activiteit zochten ze zelf manieren om met een variëteit aan restmateriaal bepaalde voorwerpen uit de collectie in de schijnwerpers te zetten. In een laatste toonmoment ontvingen ze hun familie in het museum voor een eigen uitgewerkte museumtour met tal van praktische demonstraties door de leerlingen zelf.
Verloop
Dag 1: den temmerman
Essentie: de leerlingen maken kennis met het concept van het museum, met de collectie van het museum. De leerlingen maken kennis met de timmerman en maken een schrijnwerkerszak.
- Intro: opstellen regels en kennismaken met de gids
- Eigen schrijnwerkerszak maken door eerst de schrijnwerkerszak waar te nemen (werkvorm siamese rups), en daarna via een stappenplan zelf een zak te maken (hout, tapijt, touw)
- Escape game (zie tabblad werkvorm 'escape game' voor meer inspiratie)
- Slot: waarom bewaren we dingen, tableau vivant met schrijnwerkerszakje
Dag 2: den temmerman en z'n aloam
Essentie: de leerlingen kennen de belangrijkste voorwerpen die een timmerman nodig heeft. Ze kunnen voorwerpen hanteren en het hefboomprincipe uitleggen.
- Intro: voeldoos
- Hoe hou je iets waterpas (multiplexplaat per groepje met enkele waterpassen. Uitdaging om de plaat perfect waterpas te houden en uit te testen met een bal midden op de plaat).
- Hoe werken hefbomen (Hoe haal je een nagel uit een plank: niet met de hand maar met verschillende gereedschappen. Ontdekken van de hefboom (last, lastarm, draaipunt, kracht en krachtarm). Uittesten van hefbomen)
- Identiteitskaart van 10 voorwerpen in het museum maken
- Slot: gevelcompositie
Dag 3: de weg van hout
Essentie: de leerlingen leren het belang van hout op zichzelf en hout voor de ambacht van de timmerman kennen. De leerlingen hanteren hout en materialen van de timmerman om een eigen creatie te maken.
- Intro: voorwerp van de dag
- De weg van hout:
- Wat als er geen hout was (brainstorm: wat kwamen ze deze morgen al tegen dat uit hout gemaakt is, wat zou er gebeuren als er geen hout zou zijn).
- De functies van hout (memory met verschillende functies bv. papier, verpakking, brandstof...)
- Houten voorwerpen bekijken, ruiken en voelen (per twee geblinddoekt aan verschillend hout laten voelen en ruiken.
- Waar komt hout vandaan: de weg van hout uitbeelden door een actie- reactie spel.
- Is er al altijd hout geweest: verschillende houten voorwerpen plaatsen bij de juiste tijdsperiode
- Hout in de wereld: verschillende houtsoorten plaatsen op een wereldkaart.
- Stellingenspel met houtweetjes
- STEM activiteit: maken van een eigen kader voor de identiteitskaart van de vorige dag.
Criteria: minsens 3 hoeken, maximum 6 hoeken/ gemaakt van hout/ moet rechtop kunnen staan/ moet de aandacht trekken/ tekst moet duidelijk leesbaar zijn.
- Slot: brainstorm (wat als je de baas zou zijn van het museum)
Dag 4: in den temmerwinkel/ schrijnwerkersmuseum
Essentie: insoomen op oude materialen die uit hout gemaakt zijn door de timmerman. Voorbereiden van de ontvangst van de gasten in het museum.
- Intro: voorwerp van de dag
- Wat maakt een temmerman: enkele oude voorwerpen werden geselecteerd. De kinderen denken na wat het zou unnen zijn en passen de siamese rups toe. Daarna vertelt de museummedewerker verder.
- Voorbereiden ontvangst ouders, kaders creatief afwerken
- Slot: voorstelling van elkaar
Dag 5: ontvangst van de ouders en grootouders
Leerplandoelen GO
3.1.1.13 Tonen in hun omgang met anderen respect en waardering.
3.1.2.1. Een taak binnen de groep op een verantwoordelijke wijze oppakken.
3.1.2.2 Samenwerken met anderen in de groep, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine.
3.1.2.7. In concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
3.1.3.5 Op een eenvoudige wijze beroepen en bezigheden van volwassenen die ze kennen beschrijven.
3.1.3.6 Waardering uitdrukken en respect tonen voor het werk van mensen uit hun omgeving.
3.1.3.12 Talenten opsommen van mensen die beroepen uitoefenen (in diverse beroepsgroepen).
3.2.6.26 In hun omgeving veel voorkomende grondstoffen en materialen benoemen en beschrijven (bijv. nat en droog zand / droge klei is vast, wol is zacht, een kei is hard …).
3.2.6.27 Aan de hand van een al dan niet zelf gevonden eigenschappen (bijv. sterkte, hardheid, brandbaarheid, weerbestendigheid, veerkracht, gewicht, absorptievermogen, drijfvermogen, stroomgeleiding, warmtegeleiding, oplosbaarheid, mengbaarheid) veel voorkomende grondstoffen en materialen ordenen.
3.3.1.1 Bij een technisch probleem creatieve oplossingen bedenken en toelichten.
3.3.1.2 Een explorerende en experimentele aanpak tonen om meer te weten te komen over techniek
3.3.2.1 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen de functie benoemen.
3.3.2.6 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen verwoorden uit welke grondstof of materiaal de onderdelen gemaakt zijn.
3.3.2.9 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren hoe ze ondermeer gebaseerd zijn op kennis van een aantal gebruikte technische principes.
3.3.2.17 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren dat ze evolueren en verbeteren.
3.3.3.1 Een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technisch proces te doorlopen.
3.3.3.5 Voor een technisch systeem dat ze willen ontwerpen rekening houden met aangereikte criteria:
3.3.3.16 Een eenvoudig technisch systeem al dan niet aan de hand van een stappenplan realiseren. 3.3.3.18 Door gebruik nagaan of het doel werd bereikt met een zelfgemaakt technisch systeem.
3.3.3.19 Onderzoeken waarom een zelf gerealiseerd technisch systeem niet functioneert of niet voldoet.
3.3.3.22 Bijkomende ideeën en criteria voor het gemaakte technisch systeem formuleren naar aanleiding van evaluatie
3.3.5.1 Effecten van technische systemen op het dagelijks leven en de samenleving illustreren
3.4.5.18 Eenvoudige geschiedkundige informatie halen uit historische sporen uit de omgeving (gebouwen, straatnamen, kerkhoven, voorwerpen …).
3.4.5.24 Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden … uit de omgeving ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband, die pas vanaf de 1e eeuw na Chr. is ingedeeld in eeuwen (de vijf historische periodes – prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd – zijn ter illustratie aangeduid).
3.4.5.22 Actuele toestanden over de eigen omgeving, die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen vergelijken met toestanden uit het verleden.
3.4.5.26 Actuele toestanden die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen, in hun historische ontwikkeling illustreren. Bijv. onderwijs, mode, techniek, vrije tijdsbesteding …
3.4.5.32 Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal verschillen en overeenkomsten aangeven tussen aspecten van het leven vroeger en nu.
3.4.5.38 De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
3.5.5.4 De plattegrond oriënteren (richten) op basis van herkenningspunten in de werkelijke ruimte en dit voor: andere omgevingen.
3.5.5.34 Plaatsen lokaliseren: op een kaart van Europa/ de wereld
3.5.9.19 Onder toezicht zich als voetganger zelfstandig, veilig en hoffelijk verplaatsen op een voor hen vertrouwde route door de verkeersregels toe te passen.