Met deze werkvorm vullen de leerlingen zelfstandig een identiteitskaart van een voorwerp in. Nadien stellen ze het voorwerp voor aan elkaar. Zo kan je op een speelse en actieve manier de leerlingen zelf aan de slag zetten met de voorwerpen in het museum.
Verloop
Stap 1: kies enkele voorwerpen uit het museum die de leerlingen zelfstandig kunnen ontdekken.
Stap 2: laat de leerlingen in kleine groepjes zelfstandig aan de hand van een blad een identiteitskaart invullen.
Stap 3: laat de leerlingen het voorwerp aan de rest van de klas voorstellen. Hierbij kunnen de andere leerlingen op basis van een beschrijving raden om welk voorwerp het gaat. De museumwerker vult verder aan met de correcte informatie.
Organisatie
Materiaal
Maak per voorwerp een blad met daarbij de foto van het voorwerp en enkele richtvragen:
- Zoek dit voorwerp in het museum
- Wat is de naam, waarvoor wordt het gebruikt, hoe werkt het, waarom wordt het hier bewaard?
- Teken het voorwerp zo goed mogelijk na.
- Beschrijf het voorwerp zodat andere het kunnen herkennen (grootte, kleuren, details).
- Welke materialen werden gebruikt, welke energiebron?
Voorbeeld: